Jan Zoet, Amsterdammer (1609-1674)
Minor poets waren het, maar aardige minor poets. Het oordeel van historici over Jan Zoet en zijn kring was meestal weinig positief, maar Rudolf Cordes demonstreert dat kennis van het leven en werk van Jan Zoet veel oplevert. Zeker ook als het gaat om inzicht in de achtergrond en beweegredenen van ‘ketterse’ figuren zoals Jan Zoet er een was.
Onlangs promoveerde Rudolf Cordes op een lijvige studie over de Amsterdamse schrijver Jan Zoet (1609-1674). Niet onbekend is dat Zoet zich ophield binnen doperse kringen, hij voelde zich verwant met het gedachtengoed van Galenus Abrahamsz (de Haan). Zijn weliswaar kritische houding naar doopsgezinden betrof met name de meer confessionele groepen. Hij was doopsgezind-gezind, ‘zonder zich aan Menno’s kap’ te verhangen, zoals hij het zelf nogal plastisch uitdrukte.
Uit de studie van Cordes blijkt dat Zoet vele contacten had onder de doopsgezinden en collegianten. De leden van de ‘dichterbent’ van Zoet kwamen allen uit die kringen. Ze kwamen bijeen in de herberg ‘De Zoete Rust’ waar Jan Zoet tapte. Dat de jonge dichter Jan Luyken zich in de kringen van Jan Zoet heeft bewogen - iets waarvan vroegere onderzoekers naar het werk van Jan Luyken overtuigd waren - acht Cordes onbewijsbaar en min of meer uitgesloten. Luyken was te jong en zijn geestelijke orientatie was, ook in zijn eerste periode (rond de publicatie van de Duytsche Lier) anders dan die van de dichterbent.
Cordes heeft het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt. Geen detail over deze herbergier, toneelspeler, drukker, wijnkoper uit de Haarlemmerstraat is hem ontgaan. Deze sociaal economische kwalificaties kunnen, zoals Cordes laat zien, ook aangevuld worden met ideologische aspecten: orangist, schwaermer, socininaan, chiliast en kwelgeest van calvinisten.
Alle bekende en onbekende werken van Jan Zoet passeren de revue. Cordes schenkt uitgebreid aandacht aan de tijd en context van het werk van deze reformateur uit de zeventiende eeuw. Zijn studie is een mooie diepteboring in de wereld van de reformateurs (Hylkema).