Haarlem, 24 mei 1975
Verslag van de derde ledenbijeenkomst

De bijeenkomst werd gehouden in de Doopsgezinde Kerk te Haarlem. Aanwezig waren 63 (van de 320) leden en vijf gasten. Voorzitter Verheus citeerde in zijn openingswoord uit een brief van de Italiaanse hoogleraar Ugo Gastaldi, van wie in 1972 verscheen Storia dell' Anabattismo dalle origine a Munster (1525-1535). Gastaldi schrijft in deze brief: ". . Het geeft mij veel plezier te horen dat er in Uw broederschap een groeiende belangstelling is voor de edele oorsprong van Uw geloofsgemeenschap en ik ben óók blij dat het niet om een uitsluitend culturele belangstelling gaat . ." Besloten werd aan Prof. Gastaldi een groet namens de vergadering te zenden. De herverschijning na 56 jaar van de Doopsgezinde Bijdragen bepaalde de ochtendvergadering. S.L. Verheus hield een inleiding over "Markante trekken van de Doopsgezinde Bijdragen (1861-1919)". Hierin behandelde hij achtereenvolgens de voorlopers en de verschijningswijze, de kenmerken en eigenaardigheden, enkele in het oogspringende thema's: de verhouding met de Remonstranten, eed en wapendragen, en maatschappelijke en politieke vragen. (Deze toespraak is opgenomen in het Doopsgezind Jaarboekje 1976, blz. 18-31). Het eerste exemplaar van de Doopsgezinde Bijdragen nieuwe reeks werd vervolgens aangeboden aan br. J. Gleysteen Sr., die in 1948 de Nederlandse vertaling van Harold S. Benders  "The Anabaptist Vision" had uitgegeven: "De Doperse Visie". In het kader "conformisme — non-conformisme" spraken 's middags Hans-Jürgen Goertz, uit Hamburg, over "Die Anpassung der Deutschen Mennoniten im Dritten Reich" en Kees van Duin, uit Goes, over "De betekenis van de doperse traditie voor het sociaal-politiek handelen van de Doopsgezinde Gemeenten". De Doopsgezinden, zo zei Goertz, zijn altijd geneigd geweest hun eigen verleden te verheerlijken. De begintijd van het Doperdom is tot een ideaalbeeld vervormd. De functie, die dit ideaalbeeld in de donkerste periode van de doperse geschiedenis heeft gehad, was onderwerp van de lezing. De veronderstelling van de Mennonieten in het Derde Rijk, dat zij handelden in overeenstemming met de doperse opvatting van de scheiding tussen kerk en staat, is onjuist geweest. De gevolgen van dit misbruik van de doperse geschiedenis kunnen slechts met behulp van een kritische solidariteit binnen de wereldbroederschap worden verwerkt. (Over dit onderwerp schreef Goertz het artikel " Nationale Erhebung und religiöser Niedergang. Missglückte Aneignung des täuferischen Leitbildes" in: Mennonitische Geschichtsblätter, 31 (1974); een herziene versie hiervan in: Hans-Jürgen Goertz, Hrsg. "Umstrittenes Täufertum 1525-1975. Neue Forschungen" (Göttingen, 1975). De tekst van deze lezing, alsmede van die van Van Duin, is voor f 1,— verkrijgbaar bij Ds. W.H. Kuipers, Troelstrawei 19, Grouw. Van Duin bewerkte zijn inleiding tot het artikel "De doperse gemeente — een politiek relevante zaak". Dit verschijnt in deel 2 van de DB (1976) blz. 62-70.

Dirk Visser, secretaris

[in: Doopsgezinde Bijdragen nieuwe reeks nummer 2 (1976) pp 179-180]