Hoofddorp, 30 mei 1987
Verslag van de zevenentwintigste ledenbijeenkomst

 De vergadering, gehouden in de Singelkerk te Amsterdam, werd bijgewoond
door 76 leden en belangstellenden.

In het kader van de herdenking van Vondels 400-ste geboortedag was dr. Marijke Spies (Instituut voor Neerlandistiek van de UvA) gevraagd te spreken over `Vondels dichtwerken uit zijn doopsgezinde periode'. Zonder in een apologie te vervallen hoe dopers Vondels werk wel was (en is gebleven) blijkt aan de
hand van tekstanalyses toch wel sprake te zijn van een doperse zienswijze van de
17e eeuwse schrijver. Dat doet aan het unieke van de kunstenaar-in-kontekst
niets af. Meer van zijn 2e-generatie-protestante eeuwgenoten zijn teruggekeerd
naar de Romeinse kerk om de gelederen te sluiten, toen de Turken voor Wenen
stonden. Vondel heeft zich op die stap bijna 20 jaar kunnen bezinnen, nadat hij
als diaken van de Waterlandse gemeente ter stede in een depressie terecht
kwam. De vraag in hoeverre men bij hem kan spreken van een bekering tot het
katholieke geloof liet spreekster wijselijk in het midden, wat haar betoog alleen
maar overtuigender maakte.

Het middagprogramma gaf gelegenheid `aan de overkant', d.w.z. op de Universiteitsbibliotheek, een overzichtstentoonstelling uit eigen bezit te bekijken,
ingeleid door de heer A.C. Schuytvlot.

Tenslotte weer op de basis terug werden enkele door Marijke Spies geciteerde
gedichten muzikaal ten gehore gebracht door Kees de Bruyn (bariton) en René Genis (luit), waarbij de akoestiek van de Singelkerk weer haar kansen
kreeg. Om aan te tonen dat dopers van nu niet geheel stemloos geworden zijn
zette de voorzitter, ter afsluiting, met heel zijn volume lied 277 van de oude
bundel in, na enige aarzeling gevolgd door het merendeel van de aanwezigen.
Voor een keer zweeg het orgel.

A.V.

[in: Doopsgezinde Bijdragen nieuwe reeks nummer 14 (1988) pp. 195-196]