Workum, 21 april 1990
Dopers en Calvinisten in de Friese zuidwesthoek
Verslag van de tweeëndertigste ledenbijeenkomst

 De bijeenkomst vond plaats in de historische Vermaning te Workum.
Er waren 111 personen aanwezig.

De lezing werd gehouden door dr. W. Bergsma, lid van de redactiecommissie van
de DHK en als historicus verbonden aan de Fryske Akademy te Leeuwarden. Het
onderwerp van de lezing was 'Dopers en Calvinisten in de zuidwesthoek van
Friesland'.
Vele uren heeft hij besteed in de archieven van o.a. Sneek op zoek naar
gegevens. Onder andere bleek dat rond 1650 van ieder huis/perceel of boerderij
genoteerd staat welke godsdienst er door de bewoner(s) werd beleden.
In die tijd was men streng op elkaars gedrag en menigeen werd de toegang tot de kerk geweigerd. Al gauw had men een grens overschreden.
Niet alleen de calvinisten waren zo streng in de leer, ook de doopsgezinden hadden
een `ideaalbeeld' van het gemeente-zijn. Een reden voor velen om geen lidmaat te
worden. Zolang men een twijfelaar, stilstaander of neutralist was, spraken de
archiefboeken van liefhebbers'.
Dr. Bergsma neemt aan dat rond het midden van de zeventiende eeuw, 25% van de Friese bevolking en 10% hervormden tot de liefhebbers behoorden.

Na de lezing werd een bezoek gebracht aan de Makkumse aardewerkfabriek van de familie Tichelaar. Negen generaties lang werden uit de Friese klei de bekende blauwe en veelkleurige siervoorwerpen vervaardigd. Vervolgens werd een bustocht gemaakt door het schitterende Friese land. Een deel van de route `Aldfaers erf' werd gevolgd. De thee werd genuttigd bij `Nynkes Pleats' te Piaam.

H. Smit (met dank aan mevrouw S. van Rooij-Veltman, uit IJmuiden, uit wier verslag dit
bovenstaande is samengesteld.)

[in: Doopsgezinde Bijdragen nieuwe reeks nummer 17 (1991) p. 232]