Bussum, 3 november 1990
Verslag van de drieëndertigste ledenbijeenkomst

In het kader van de Comenius-herdenking werd de bijeenkomst gehouden in het kerkje van de Doopsgezinde Gemeente te Bussum.
Er waren 110 leden en belangstellenden.
Zij werden welkom geheten door plaatselijk predikant ds. G.J.J. van Hiele, die vanwege het 75-jarig jubileum dat de gemeente ook vierde, terugblikte op 75 jaar doopsgezind leven in het Gooi.

Daarna volgde de voordracht van prof. S. Voolstra, over het Doopsgezind belijden in historisch perspectief' Hij schetste een beeld van het doopsgezind belijden van 1530 tot heden.
Aangezien het in aanvang een lekenbeweging was, was er ook geen systematische leer, maar wel één leer, die heel direct in zijn voorschriften was, zoals het niet dragen van wapens.
De doperse beweging drong aanvankelijk aan op levensheiliging in gehoorzaamheid aan de letter van de bijbel. Toenemende welvaart in de zeventiende eeuw sloeg bressen in de muren die de doopsgezinde gemeenten om zich hadden getrokken en er kwamen contacten tot stand met gematigder groeperingen als remonstranten en collegianten. De verhoudingen veranderden zó, dat de verachte rebellen evalueerden tot geëerbiedigde burgers. De eschatologische verwachting, het kenmerk der zestiende-eeuwse wederdopers, is dan vrijwel verdwenen. De afzondering van de wereld verdwijnt goeddeels in de tijd der Verlichting. Wat de zestiende-eeuwse dopers wilden en bewerkten, was: ethisch réveil.
Wij in de 20e eeuw zijn meer erfgenamen van de Verlichting dan van de zestiende eeuw, dat moeten wij eerlijk toegeven. De belijdenis van de vrome dopers van vier eeuwen geleden, kunnen wij dan ook niet zomaar overzetten naar onze tijd; het ligt te gecompliceerd en vereist een nieuwe theologische doordenking van de doperse identiteit.

Na de uitstekende lunch, aangeboden door de Doopsgezinde Gemeente Bussum, kregen wij van ds. A.J. den Tonkelaar, conservator van het Comenius Museum te Naarden, een boeiend verhaal te horen over het leven en werken van Jan Amos Comenius, die leefde van 1592-1670. Comenius was theoloog, pedagoog, taalkundige, musicus en kaarttekenaar.

Vervolgens werd een bezoek gebracht aan het mausoleum van Comenius te Naarden, alwaar hij, overeenkomstig zijn wens ligt begraven. Met gereserveerde bussen werd het gezelschap wederom naar Bussum gebracht.

H. Smit (met dank aan mevrouw S. van Rooij-Veltman, uit IJmuiden, uit wier verslag dit
bovenstaande is samengesteld.)

[in: Doopsgezinde Bijdragen nieuwe reeks nummer 17 (1991) p. 232-233]