Elspeet, 6 november 1999
Viering van het zilveren jubileum van de DHK
op Mennorode

Met vreugde, bescheidenheid en een tikje gepaste trots keek de DHK met een gezelschap van ongeveer 150 leden en belangstellenden te Elspeet terug op de eerste kwart-eeuw van zijn bestaan en op zijn taak: het hoeden van het doperse erfgoed.
En zo te zien is het pand 'ons toebetrouwd' daar niet slecht bij gevaren, getuige research en literaire activiteit, aanblik van de Doopsgezinde Bijdragen, bijeenkomsten en excursies, en groei en participatie van het ledenbestand.
De viering op Mennorode droeg dus terecht een assertief-vrolijk karakter.
"Verleden, heden en toekomst staan niet los van elkaar: het verleden kan goede
diensten bewijzen aan het heden voor een koersbepaling naar de toekomst".
De intentie van deze uitspraak van een oud-voorzitter van de DHK vormde het
Leitmotiv voor de twee voordrachten die de hoofdschotel van het feestmenu waren.

Als eerste gaf Bonny Rademaker-Helfferich een schets van een dienst, die in haar persoon de drie bovengenoemde tijdsdimensîes verbindt. In het kader van het jubileumjaar werkt zij aan de totstandkoming van een index op alle tot op heden
verschenen Doopsgezinde Bijdragen-Nieuwe Reeks. Een ontzagwekkende
opgave, zoals zij die schilderde, die gerust 'monnikenwerk' mag heten...

Sjouke Voolstra, de enige mede-oprichter en redacteur van de Doopsgezinde
Bijdragen die er alle 25 jaren bij was, gaf in zijn bijdrage 'DHK 25 jaar dienstbaar'
een terugblik op de achterliggende historie. Nieuw was destijds het bestuderen
van de doperse traditie en de bezinning daarop ter aanscherping van de
eigentijdse doopsgezinde identiteit. Hierbij richtte men zich op de gemeente: de
dienst aan onze gemeenten stond toen voorop.

Vergelijkt men hiermee nu de huidige doelstelling (zoals vermeld op de omslag
van de meest recente jaargangnummers), dan staat nu, zoals Bonny en Sjouke
beiden aangaven, niet meer de gemeente, maar de algemene categorie van
geïnteresseerden in onze doperse traditie voorop.
Tevens verschoof, mede onder invloed van de wetenschappelijke professionalisering en de redactiesamenstelling, de inhoud van de Bijdragen van bezinning naar bestudering. "Waar blijven wij", aldus Sjouke "zonder goede gidsen voor de bezinning op onze eigen identiteit, waarzonder een herstructurering van de broederschap een ongerichte bezigheid blijft? Voor een kerkgenootschap mag alleen zijn belijden beleid heten".
Ernstige, maar behartigenswaardige woorden en bezinning misstaan ook niet op
een vreugdevolle viering.

Op het officiële deel van de bijeenkomst volgde een geanimeerde receptie met
een welverzorgd buffet. Mogen we het nog lange jaren zo houden: de DHK in
ernst en luim, in goede harmonie tezamen!

Iza Wolff-Craandijk

[in: Doopsgezinde Bijdragen nieuwe reeks nummer 26 (2000) pp. 202-203]