Oost-Friesland, 27 & 28 september 2003
Naar de bakermat van het Nederlands doperdom

Al lang stond een excursie naar Oost-Friesland op het wensenlijstje van de DHK.
Na een voorafgaand bezoek bleek het de excursiecommissie echter dat een meerdaagse excursie nodig zou zijn, wilden de leden van de DHK er werkelijk iets aan hebben.

Vanuit verzamelpunt Groningen brachten bij fraai nazomers weer zo'n 75 DHK-leden in twee bussen op zaterdag 27 en zondag 28 september 2003 eerst
een bezoek aan de bakermat van het Nederlandse doperdom: Emden, voor de
calvinisten al evenzeer het Genève van het Noorden. Een stad die ondanks het
zware bombardement (meer dan 80 % van het stadje lag plat na de Tweede Wereldoorlog) toch veel te bieden had.
Onder gravin Anna van Oost-Friesland waren in de zestiende eeuw de calvinisten en ook de dopers lange tijd hier vrij in hun godsdienstuitoefening. De doperse gemeenten in Oost-Friesland bleven ook later nauw betrokken bij die in de Nederlanden, met name door hun lidmaatschap van de Sociëteit van Groninger Oude Vlamingen. Hun leraren preekten voor beiderlei gemeenten en vele doopsgezinde families kennen een Nederlandse en een Oost-Friese tak.

Centraal stond in Emden natuurlijk de Grosse Kirche met zijn Geerkamer, waar in 1530 Melchior Hoffmann ruim 300 gelovigen de volwassenendoop toediende.
Nog steeds is binnen de getroffen, maar prachtig gerestaureerde en gerenoveerde
Grote Kerk de Geerkamer te zien. Hier ook vond in 1545 het eerste godsdienstgesprek plaats tussen de Menno Simons en Johannes a Lasco, de superintendent - van Poolse oorsprong - van de jonge gereformeerde gemeente te Emden. De kerk vormt nu als Johannes a Lasco-bibliotheek het unieke centrum voor onderzoek naar de noordelijke reformatiegeschiedenis.

In een mooie diaserie, opgeluisterd met onder andere het martelaarslied Ic seg adieu, vleesch, bloet, wy moeten scheyden van de CD van Camerata Trajectina, en de voordrachten van Klaas-Dieter Voss, conservator van de bibliotheek, en Piet Visser, hoogleraar in de doopsgezinde geschiedenis en docent aan het seminarie, werden ons de historische gebeurtenissen en de huidige betekenis van dit cultuurcentrum geschilderd.

Na een Ostfriesentee mit Kuchen aan de haven van Emden werd om half vijf de weg naar het fraaie, niet gebombardeerde en dus gave stadje Norden ingeslagen, waar we na een goed verzorgd diner in een aantal hotels bij zee de nacht doorbrachten.
Op zondagmorgen woonden wij als gasten de gemeenschappelijke viering onder
leiding van Frau Pastorin Katharina Herresthal-Genszler bij van de Gemeindetag der Mennonieten uit Oost-Friesland, in de barokke vermaning (door de echtgenoot van Ruth Winsemius eens een 'doopsgezinde kathedraal' genoemd).
Pastorin Katharina zorgt overigens voor maar liefst vijf doopsgezinde gemeenten:
Emden, Norden, Leer, Oldenburg en Gronau. Na afloop was er een gezellig drankje met Ostfriesenkuchen en kennismaking met een kleine, maar actieve gemeente,
die ondanks grote offers van geld en werkkracht vastberaden is stand te houden.

Na aan de overkant van het plein nog even een blik te hebben mogen werpen in de grootste middeleeuwse kerk van Oost-Friesland, de Ludgeriskerk, ging het verder naar Neustadtgödens, waar we aan het begin van de middag verwacht werden.

In Neustadtgödens stond ons DHK-buitenlid, de heer Michael Clemens, al op ons te wachten. Als kenner en publicist van de Oost-Friese geschiedenis en met
name van de mennonieten in Neustadtgödens, had hij op zich genomen ons rond te leiden in zijn geboorte- en woonplaats. Tijdens de voorbereiding van de excursie waren oud-voorzitter Piet Tillema, echtgenoot Harry Rademaker en ikzelf
eerder al onder de indruk gekomen van het enthousiasme, waarmee hij dit bezoek vorm gaf. Hij heeft zich in de loop van de tijd het Nederlands eigengemaakt en verwelkomde ons met een toespraak, waarvoor hij tevoren een
'scheepstoeter' had weten te vinden. Onder zijn leiding bezochten we het kleine,
sfeervolle stadje, dat ooit een toevluchtsoord was gebleken voor vele gevluchte
Nederlandse dopers, in de uiterste hoek van dat vrij ontoegankelijke Oost-Friesland gelegen, en beschermd door de graven van Oost-Friesland.
Ook Neustadtgödens had deel aan de geschiedenis rond het ontstaan en de verovering en vernietiging van het 'Koninkrijk Sion' in Münster. Hier vond de waarschijnlijk als enige ontsnapte Münsterse leider, kanselier Hinrich Krechting, een veilig onderdak; hier ook kwam hij in aanraking met Johannes a Lasco, onder wiens invloed hij gereformeerd werd en als gereformeerd predikant opnieuw een nieuwe weg insloeg. Niet alleen de doopsgezinden hadden in Neustadtgödens onderdak gevonden (hun gebouw stamt uit 1741), er was ook een lutherse kerk (uit 1695), een 'gereformeerde' kerk (uit 1715), een rooms-katholieke kerk (uit 1716), en een synagoge (uit 1852); getuigen van een tolerant verleden.

In het plaatselijke, bijzonder aardige museum werd ons door Herr Clemens en de conservator aan de hand van een grote maquette de rondgang door de stad uitgelegd, met haar bijzonderheden. Het stadje bleek een openluchtmuseum te zijn, maar dan wel één dat bewoond wordt! Aan vrijwel elk huis hing een uithangbord met namen en beroepsaanduidingen. Met name de mennonieten hadden met hun linnenfabricage en -export tot in de achttiende eeuw voor grote welvaart gezorgd. De daaropvolgende recessie, de afgelegen ligging, het verloop van de handel, de strenge handelspolitiek van Pruisen met zijn tolheffingen en dergelijke, lieten een slapend stadje achter, waaruit de laatste mennoniet naar Wilhelmshafen wegtrok. Zijn afstammeling, Bruder Bakker - daar wonend - maakte de excursie mee. Het stadje bleef echter gelukkig als monumentaal complex vrijwel intact bewaard. De Nederlandse historie ligt er uit de aanleg van straten en huizen, uit de bedijking en de sluisjes rondom voor het opscheppen. Oostfriezen handelden altijd op Indië, zetten heerlijke thee en zo werd in de voormalige vermaning - nu een café - zeer genoten van de welverdiende theepauze mit Kuchen.

Om circa 16.30 uur werd de terugtocht aanvaard via Leer, waar we gehoopt hadden even een blik te kunnen slaan op de zich daar bevindende fraaie classicistische Mennonitenkirche. Helaas was de tijd bij verschillende programmaonderdelen ietwat uitgelopen, waardoor we Leer rechts moesten laten liggen. Een teleurstelling, die we bij een volgende keer hopen goed te kunnen maken.

Na ons afscheid in Groningen, waar ieder om circa 19.15 zijn of haar weg weer
vervolgde, dachten we nog eens terug aan alles wat we hadden meegemaakt en
gezien. Als heel bijzonder hebben we de grote behulpzaamheid en inzet van onze
Oostfriese gastheren en -vrouwen ervaren, die deze twee dagen tot een leerzame,
boeiende en ook ontspannen ervaring maakten en broeders en zusters in de
geest over de grenzen van tijd en plaats heen weer eens met elkaar verbonden.

Bonny Rademaker-Helfferich

[in: Doopsgezinde Bijdragen nieuwe reeks nummer 31 (2005) pp. 327-329]