Amsterdam, 8 mei 2004
Verslag van de ledenbijeenkomst
in de Singelkerk en de UB van de UvA

Niet minder dan zo'n 90 leden waren naar de Amsterdamse Singelkerk en de
Universiteitsbibliotheek getogen voor een bijzondere voorjaarsbijeenkomst, helemaal gewijd aan de doopsgezinde familiegeschiedenis, of zoals de Amerikaanse doopsgezinden zeggen: the name game.
Genealogie wordt door velen beoefend, het is bij uitstek het terrein waar professionele historici en liefhebbers elkaar ontmoeten. Van oudsher heeft de bestudering van familiegeschiedenis bij de doopsgezinden in een wat specifieker kader gestaan Het werd gedragen door de behoefte de geschiedenis van de martelaren, hun families en de gemeenten waartoe zij behoorden, op te sporen en vast te leggen voor het nageslacht. Het accent lag daarbij op egodocumenten zoals nagelaten testamenten, brieven, getuigenissen uit de zware vervolgingstijd, op herinneringen binnen bepaalde families doorgegeven en te boek gesteld.
Deze teksten waren lichtende voorbeelden voor geloofsvolharding. Doperse families ontvingen impliciet hierin een geloofs- en levensopdracht. In de loop van de zeventiende eeuw bleek het lijfelijke gevaar geweken en konden de doperse gemeenten zich bovengronds gaan bewegen. Nu blijkt dat hun familiegeschiedenis ook inzicht kan verschaffen in de manier waarop doopsgezinde families hun identiteit in stand hebben gehouden. Door een streng geloof, door huwelijks- en economische banden (netwerken) binnen de eigen groep, verwierven zij zich een exclusieve plaats als 'vreemdelingen en bijwoners' binnen de Nederlandse samenleving. Prosopografisch onderzoek - het gedocumenteerd beschrijven van alle personen uit een bepaald tijdvak - naar doopsgezinden, bleek een overweldigende en consistente hoeveelheid materiaal voor historische analyse op te leveren Maar het geraamte van de doperse familiegeschiedenis wordt echter gevormd door de genealogie. Het zijn al die genealogisch bevlogen 'sneupers' die dat onderzoek mogelijk maken.

Afgezien van enkele genealogisch getinte artikelen in de Doopsgezinde Bijdragen had de DHK de doopsgezinde familiegeschiedenis nog niet eerder centraal gesteld. Gezien de belangstelling bij onze leden, enkele op het ogenblik lopende projecten en last but not least de huidige technische mogelijkheden voor genealogen en onderzoekers om grote hoeveelheden informatie te verwerken, moest het er eens van komen.

Om 10.30 uur gingen we in de Singelkerk na een kopje koffie van start met een
kort welkomstwoord door voorzitter Bonny Rademaker-Helfferich en een huishoudelijk deel, waarbij penningmeester Henk Smit de goedkeuring verwierf voor de financiële stukken over 2003 en de verhoging van de lidmaatschapsbijdrage van 22 naar 25 euro, nodig door de sterk gestegen kosten van bundel en porti. Henk die al bijna 25 jaar plichtsgetrouw en enthousiast zijn taak vervult, werd hiervoor nog eens extra bedankt.

Als eerste spreker van het ochtendprogramma hield Piet Visser een inleiding over het belang van doopsgezind familieonderzoek. Hij gaf het kader aan voor de volgende lezingen en middagpresentaties.

Mary Sprunger uit de V.S., gepromoveerd op de Waterlandse mennisten te Amsterdam en tijdelijk voor studie in Nederland, was bij uitstek de deskundige om schetsen te tonen van doopsgezinde relaties met Amsterdamse regentenfamilies Daaruit bleek onder andere dat bijvoorbeeld de familie Hooft op allerlei manieren dik in de menniste familieleden zat. Vervolgens belichtten Marcel Kremer en Harm Nijboer (laatste in samenwerking met Yme B. Kuiper) achtereenvolgens de geschiedenis van het Deventer/
Groningse doopsgezinde geslacht Cramer (Cremer/Kremer), en van de doopsgezinde netwerken in Harlingen, waarbij de bekende Harlinger menniste families als onder meer Fontein, Hannema en Oosterbaan ter sprake kwamen. Deze laatste lezingen waren het resultaat van hun werk aan het onderzoeksproject 'Elitevorming onder doopsgezinden in de Republiek'.

Om de leden zelf zoveel mogelijk de gelegenheid te geven in contact met elkaar te komen, was er in de lunchpauze van circa 12.30 uur tot 13.30 uur in de kerkenraadskamer een informatiemarkt, waarop zo'n acht leden de resultaten presenteerden van hun familieonderzoek. Om dit contact ook te bestendigen, ontving iedereen een lijst met de namen van alle deelnemers in alfabetische volgorde. Achter ieders naam met telefoonnummer was ingevuld over welke familie hij of zij informatie kon verschaffen (of zocht). De namen van deze 'aangeboden' of 'gevraagde' families waren weer op een aparte alfabetische lijst opgenomen. Door onderlinge vergelijking kon men zo 'verwante' genealogen opsporen.

s'Middags gingen we een stapje verder op het informatiepad en konden we in de Doelenzaal van de Universiteitsbibliotheek c.q. de zaal Mennonitica korte presentaties
bijwonen van (digitale) doopsgezinde bronnen, die voor dit type onderzoek van belang zijn. Daan de Clercq, lid van de redactie van DB, werkt aan een promotieonderwerp over de doopsgezinde familie De Clercq. Hij verzorgde de eerste presentatie van de database voor het Eliteonderzoek.

Na hem toonde Adriaan Plak, de conservator van de zaal Mennnonitica, facetten van de catalogus van het DDC-bestand (DDC = Doopsgezind Documentatie Centrum) en de
beelddatabank van de collectie doopsgezinde prenten. Beiden maakten door hun deskundige en welgekozen voorbeelden duidelijk wat een schat aan materiaal er nu al opgeslagen is, en hoe onderzoekers daar hun voordeel mee kunnen doen. Maar bij alle computergestuurde toverij met facsimile's van archiefstukken, kaarten en portretten moeten we wel beseffen dat het voorbereidende werk enorm is. Voordat er iets uit de computer gehaald kan worden, moet dit er wel eerst ingestopt worden. Vrijwilligers als Betty Lavooij-Janzen en Trynke Voolstra-Bottema hebben jarenlang met Adriaan Plak op de Doopsgezinde Bibliotheek in de Amsterdamse UB daaraan gewerkt en konden nu hun werk tonen. Het resultaat was verbluffend. De dank daarvoor is hier zeker op z'n plaats. Een van deze projecten vond vervolgens zijn bekroning in de aanbieding van het eerste exemplaar van het volledige register op de driedelige Inventaris der archiefstukken (1883-1884) van J.G. de Hoop Scheffer onder de titel Indexen op de Inventaris der Archiefstukken berustende bij de Vereenigde Doopsgezinde Gemeente te Amsterdam, door E.M. Lavooij-Janzen.(1)  Dankzij deze indexen op persoonsnamen, aardrijkskundige namen en onderwerpen is De Hoop Scheffers' standaardwerk toegankelijk gemaakt. De samenstelster Betty Lavooij bood dit eerste exemplaar met een bloemenhulde aan de rechtstreekse afstammelinge mevrouw D. de Hoop Scheffer aan. Zij bracht daarbij haar eigen grootvader in dierbare herinnering, die als doopsgezind predikant in Leamington (Ontario) had gewerkt. Betty werd ook door Adriaan Plak met een boeket gehuldigd. Proficiat Betty!

Piet Visser had tevoren op gedegen en onderhoudende manier de figuur van Jacob Gijsbert de Hoop Scheffer (1819-1893) belicht: hoogleraar, bibliothecaris, archivaris en familieman, die het archief van de VDGA had geordend en beschreven, een onmisbare bron voor iedere onderzoeker op dit terrein. Mevrouw De Hoop Scheffer dankte mede namens de aanwezige familie de bij dit project betrokkenen hartelijk en memoreerde de goede contacten die naar aanleiding hiervan ontstaan waren. Na de afsluiting van het officiële programma kon ieder op de zaal Mennonitica de kennismaking met het werken aan databases voortzetten en vragen stellen aan de medewerkers. Bovendien kon er de Index op `De Hoop Scheller' gekocht worden voor een op die dag speciaal gereduceerde prijs.

Terug op de Singel was er thee en voortzetting van de informatiemarkt. Met een opwekkend woord nog eens te speuren in de kring van bekenden naar nieuwe leden, werd deze eerste genealogische dag om circa 16.00 uur afgesloten onder dank aan ieder die een bijdrage had geleverd en onder andere het omvangrijke materiaal met toch nogal wat moeite mee had gesleept over de Amsterdamse keien.

 Het bestuur beraadt zich erop hoe een meer permanent 'forum' voor doopsgezinde
familiegeschiedenis vorm kan krijgen, en houdt zich aanbevolen voor suggesties van onze leden.

(1) E.M. Lavooij-Janzen (met medew. A. Plak & P. Visser), Indexen op de Inventaris der Archiefstukken berustende bij de Vereenigde Doopsgezinde Gemeente te Amsterdam opgemaakt door Dr. J.G. de Hoop Scheffer (Amsterdam, Doopsgezinde Gemeente/Hilversum, uitgeverij Verloren, 2004), 197 pp.

Bonny Rademaker-Helfferich

[in: Doopsgezinde Bijdragen nieuwe reeks nummer 31 (2005) pp. 329-332]