Amsterdam & Leeuwarden 4 & 5 november 2005
Twee bijeenkomsten in UB A'dam & in DG Leeuwarden

Zie hier de uitnodiging met toelichting op het programma
Hieronder het verslag
Vaak worden thema en plaats van de voorjaars- of najaarsbijeenkomsten gekoppeld aan de verschijning van een nieuwe publicatie binnen de doopsgezinde wereld. Dat was ook in het najaar van november 2005 het geval, toen de ‘Fryske menisten' centraal stonden op de twee bijeenkomsten, georganiseerd door respectievelijk de Doopsgezinde Bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam en de Doopsgezinde Historische Kring. De feestelijke aanleiding was hier de presentatie van het vierde deel in de reeks Manuscripta Mennonitica: de door Sibrand Martens en Simon Vuyk verzorgde teksteditie van een brievenverzameling getiteld: Ik heb het grootste deel mijner Aardsche bestemming bereikt. De brieven van student Marten Martens (1794-1798) en zijn leven als doopsgezind predikant, schoolopziener, vertaler en dichter in Friesland (1798-1852) (Hilversum, Verloren, 2005; 210 pp.).

Ons DHK-lid, drs. Sibrand Martens, heeft na jaren van verzameldrift het familiearchief Martens aangelegd en de 20 brieven uit de studententijd van zijn voorvader Marten Martens, die via ons lid mw. Teatske Alberda-van der Zijpp in zijn bezit kwamen, voor deze publicatie getranscribeerd en van aantekeningen voorzien. Hij heeft de hulp ingeroepen van dr. Simon Vuyk die de inleidingen over de context voor zijn rekening heeft genomen.
Het totaal werpt een interessant licht op vele facetten van het culturele leven van die tijd, o.a. de rol van het Doopsgezind Seminarie in de achttiende eeuw, van de patriotten, de toen nog levende betekenis van het collegiantisme, van 't Nut, van de literatuur en muziek van die dagen, maar evenzeer van dominee Martens zelf, die naast het bedienen van de gemeente Holwerd, tot aan zijn emeritaat, ook nauw betrokken was bij de onderwijshervormingen in Noord-Oost Friesland.

Tijdens de druk bezochte ontvangst van vrijdag 4 november heette conservator drs. Adriaan Plak in de Doelenzaal van de UB Amsterdam genodigden en DHK-leden welkom. Het eerste exemplaar van de nieuwe publicatie werd door prof. dr. Piet Visser aangeboden aan dr. Bouwe Posthumus, voorzitter van de Stichting tot Beheer van de Bibliotheek van de Verenigde Doopsgezinde Gemeente Amsterdam.

Zaterdag 5 november was de eigenlijke DHK-dag waarop zo'n 90 leden de reis hadden gemaakt naar de gastvrije vermaning van de Doopsgezinde Gemeente van Leeuwarden, waar haar voorzitter br. J. Krol ons verwelkomde.

Hier stond in de ochtendzitting dankzij twee boeiende lezingen opnieuw de figuur van de Holwerder predikant Marten Martens (1773-1852) centraal.
Eerst: 'Marten Martens, doopsgezind predikant, schoolopziener en vertaler', door Simon Vuyk.
En vervolgens 'Reizen in Martens' tijd', een mooie powerpointpresentatie door Sibrand Martens over de tocht van Friedrichstadt - woonplaats van Marten Martens' ouders - naar Amsterdam. Reizen was in die tijd nog een avontuur.

In Ljouwert werd het eerste exemplaar uitgereikt aan burgemeester mr. R.S. Cazemier van Dongeradeel en daarmee ook van Holwerd, eertijds Martens' standplaats.

In de lunchpauze werden we verkwikt door een heerlijke lunch, die door het kostersechtpaar en de kerkenraad in voortreffelijke regie was verzorgd. Alleen de werkelijke kosten werden in rekening gebracht, waarvoor de DHK haar grote dank uitsprak.

Het middaggedeelte stond in het teken van de geschiedenis van de Leeuwarder doopsgezinden.
Na een korte inleiding door prof. dr. J.T. Nielsen vertrokken we in vier groepen voor een wandeling langs het dopers verleden van Leeuwarden onder leiding van gidsen. De thuisblijvers konden kijken en luisteren naar een lezing van voorzitter Bonny Rademaker-Helfferich over de komst van het christendom in onze landen.

Het doperse verleden van deze oude Friese hoofd- en tevens hofstad is belangwekkend. Hier werden de eerste en de laatste martelaar geëxecuteerd, Sicke Freerks voor de kanselarij op 20 maart 1531 en Reitse Aisesz op 23 april 1574. Hier ook werd aan de martelaarsdood van Elisabeth Dirks in het Offer des Heeren uit 1562 het prachtige lied opgedragen: ‘Twas een maechdeken van teder leden Elisabeth was haren naem'. Hun standvastigheid, ondersteund door Menno Simons die voor het laatst in 1557 de ondergedoken gemeente bezocht, leidde tot een bloeiend mennist leven.
De route voerde onder andere langs een voormalige vermaning (waar nu de kaas uit het kaaspakhuis van Teun de Wind smaakte), langs Eewal 43 (de voormalige professorenwoning van Rinse Koopmans) en tenslotte langs het Tresoar (bibliotheek en archief), waar een kleine tentoonstelling was ingericht met typisch doopsgezinde stukken.

Circa half vier kwam men terug op de Wirdumerdijk, waar de thee klaar stond. Ons slotlied zongen we met orgelbegeleiding in het Nederlands én in het Fries (beide liedboeken waren uitgereikt).
Hoeveel meerwaarde de eigen taal voor de Friezen had, bleek uit de reacties nadien: ‘it gie direkt ta it herte yn'. Na een dankwoord aan de Leeuwarder gemeente en alle medewerkers - kerkenraad, kostersechtpaar, vrijwilligers - die de dag tot een geslaagde hadden gemaakt, werd de bijeenkomst afgesloten.
De voorzitter wekte tot slot de leden op tot deelname aan de voorjaarsexcursie naar Texel op 20 mei 2006.

Bonny Rademaker-Helfferich

[in: Doopsgezinde Bijdragen nieuwe reeks nummer 32 (2006) pp. 345-346]