Amsterdam 31 augustus & 1 september 2007
DHK najaarsbijeenkomst annex Internationaal congres 'Mythe&Werkelijkheid van doperse vrouwen ca.1525-1900'

Zie hier uitnodiging met toelichting op het programma
Lees hier de uitgebreide folder van het congres
Hieronder het verslag

Onder de titel Mythe en werkelijkheid van doperse vrouwen ca. 1525-1900 op het Europese vasteland, werd op vrijdag 31 augustus en zaterdag 1 september 2007 een internationaal congres gehouden in het auditorium van de Vrije Universiteit te Amsterdam, De Boelelaan.
Verantwoordelijke organiserende instanties waren:
de Doopsgezinde Historische Kring,
het Doopsgezind Seminarium en
de Theologische faculteit van de VU, i.s.m.
de Universiteit van Utrecht,
het Instituut Nederlandse Geschiedenis (Digitaal Vrouwenlexicon), Den Haag en de Mennonitische Geschichtsverein e. V. te Weierhof (D.).

De organisatie was in handen van:
dr. Marion Kobelt-Groch (Mennonitische Geschichtsverein e.V & Universität Hamburg),
dr. Els M. Kloek (Universiteit Utrecht, etc.),
prof.dr. Piet Visser (Doopsgezind Seminarium en Vrije Universiteit) en
dr. Mirjam van Veen (Vrije Universiteit).

Doperse vrouwen spraken en spreken tot de verbeelding. De martelaressen uit de zestiende eeuw werden vereerd als voorbeelden van vrouwelijke heldenmoed en standvastig geloof. Toen in latere eeuwen geen lichamelijke vervolging meer plaatsvond, werden zij gezien als representanten van doperse soberheid en vroomheid, hoewel de buitenwacht hen ook wel eens het etiket van schijnheiligheid opplakte.
Hoe het ook zij, veel is over hen geschreven, waarbij met name de vraag gesteld werd: waarom vrouwen zich tot dit dissidente geloof aangetrokken voelden? In het algemeen gesteld: welke posities konden vrouwen bereiken in nieuwe geloofsstromingen als het doperdom, het calvinisme en het lutheranisme?
Bij de voorbereidingen van het congres werd een nieuwe benaderingswijze voorgesteld,
die gekenmerkt wordt door een vergelijkende, contextuele, kritische en multidisciplinaire aanpak, aangeduid als imagologie. De imagologische studies zijn voortgekomen uit culturele studies. Beeldbepalende representaties, stereotiepen, zelfbeeldbepalende tradities, worden erin aan de orde gesteld. De comparatistische imagologie vond onder meer haar toepassing bij het analyseren van vijandsbeelden in WO II: beeldvorming over Duitsers, Joden, Polen etc. In de 'imagologie' wordt de objectieve informatiewaarde van 'beelden' onderzocht en eventueel bevooroordeelde aannames achter deze beelden en stereotiepen onder de loep genomen.
Vanuit deze optiek stond (met als voertaal Engels) gedurende twee dagen de beeldvorming van en rond doperse vrouwen centraal in de voordrachten van een 26-tal wetenschappers uit binnen- en buitenland. Hun 'imago' en de zeggingskracht van de in dat kader gebruikte stereotyperingen stonden centraal binnen de bredere context van
maatschappij, kerk en cultuur. Hoe en waarom kwamen beelden en beeldvorming tot
stand, door welke omstandigheden werden zij bepaald, en door wie werden deze beelden gecreëerd.
Zag de 'typisch' doperse vrouw in het verstedelijkte Nederland er anders uit dan haar 'zuster' op het Duitse, Zwitserse, Oekraïense platteland?
Ondergingen deze beelden in de loop van de tijd aanpassingen en zo ja, hoe dan, en waardoor?
Historische bronnen in de ruimste zin werden vanuit cultuur-, mentaliteits-, sociaal-, en kerkhistorische context onderzocht en geïnterpreteerd.

De DHK, die aan de totstandkoming een belangrijke bijdrage leverde, meende er goed
aan te doen dit congres ook aan haar leden aan te bieden, gezien de belangwekkende inhoud ervan en de doelstelling van de kring. Het bestuur hoopte dat de voertaal - het Engels - tijdens de lezingen en discussies niet als barrière ervaren zou worden. Gelukkig bleken in totaal zo'n 125 deelnemers zich aangemeld te hebben en kon het congres
ruimschoots doorgang vinden.

De plenaire bijeenkomsten en vele parallelsessies boden elk wat wils: we noemen onder andere bijdragen over buitentrouw (huwelijken tussen menniste vrouwen met lutherse mannen in de Poolse Weichseldelta), de kledingcode van de mennonieten, Rembrandts portret van Catharina Hoogsaet (1657), de betekenis van de vrouwelijke menniste lijn in gemengde huwelijken, het zelfbeeld van oudere menniste vrouwen in het 'Oudevrouwenhuis' in negentiende-eeuws Amsterdam, etc. etc.

De vele lezingen (parallel of plenair) volgden elkaar zonder haperen op, gelardeerd door koffie/thee en lunches, waarbij de deelnemers nieuwe banden konden aanknopen en oude onderhouden. Het verbaasde ondergetekende dat zo gemakkelijk door de sprekers kon worden voldaan aan het verzoek Engels als voertaal te gebruiken.Toch was er wel een moment, waarop een aantal toehoorders de mist inging. Dat het kernwoord mirage in een der lezingen, uitgesproken op z'n Engels (waarbij het oorspronkelijke Frans wellicht beter begrepen zou zijn), bij navraag na de lezing 'waandenkbeeld' bleek te betekenen, zorgde voor een zekere verbijstering. De zin van het betoog was daardoor in zekere zin op losse schroeven komen te staan.

Gelukkig verschijnen alle lezingen in druk in een congresbundel. Voor een ieder, die niet aanwezig kon zijn of die iets heeft gemist, een mooie gelegenheid nogmaals alles te lezen.

Tussen de bedrijven door konden twee tentoonstellingen rond het thema 'vrouw en beeldvorming' bezichtigd worden, die georganiseerd waren door de Bijzondere
Collecties van de VU en de Doopsgezinde Bibliotheek van de UB Amsterdam.

Een congres van deze allure moet ook ontspanning bieden. Op de vrijdagavond 31 augustus konden de deelnemers genieten van een optreden van het muziekgezelschap Camarata Trajectina, een theatervoorstelling met scenes uit Jan Claasz of de gewaande dienstmaagd door Thomas Asselijn (1682), en een Indonesisch buffet na afloop.

De organisatoren en de vele medewerkers, onder wie de medewerkers van het bureau van de ADS, verdienen een groot compliment voor het succes van deze interessante dagen. Toch willen wij één persoon hier voor het voetlicht halen, ons DHK-bestuurslid, de congresvoorzitter prof. dr. Piet Visser, die door zijn niet aflatende activiteit, waakzaamheid en humor het congres strak in de hand hield, waar nodig in goede banen leidde en nooit liet varen 'het werk dat zijn hand begonnen was'.

Met het uitspreken van de wens dat we elkaar in 2008 weer zouden mogen ontmoeten op onze voorjaarbijeenkomst in Groningen, resp. Leer (Oost-Friesland) dankte de voorzitter van de DHK, Bonny Rademaker-Helfferich, allen voor hun bijdragen aan dit geslaagde congres.

NB. Het ligt in de bedoeling dat in de nabije toekomst alle bijdragen zullen verschijnen in
een congresbundel met dezelfde titel. De DHK zal hier te zijner tijd de aandacht op vestigen.

Bonny Rademaker-Helfferich

[in: Doopsgezinde Bijdragen nieuwe reeks nummer 33 (2007) pp. 228-230]