Den Haag, 31 oktober 2015
Doopsgezinden en Oranje
Najaarsbijeenkomst 2015

Zie hier de uitnodiging met toelichting op het dagprogramma

Hieronder het verslag van de najaarsbijeenkomst van de DHK, 31 oktober 2015, thema ‘Doopsgezinden en Oranje’, in de doopsgezinde ‘Paleiskerk’ aan de Paleisstraat 8, te Den Haag.

Tekst: Mechteld Gravendeel
Centraal stond de relatie tussen de doopsgezinde broederschap en het Huis van Oranje. 79 deelnemers meldden zich.
We werden welkom geheten door Clara Wesselink, voorzitter van de kerkenraad. Het thema en de sprekers werden geïntroduceerd door onze oud-voorzitter en -hoofdredacteur Piet Visser met een toepasselijk gedicht ‘Oranje-snuifje aan Napoleon’ (1814), toegeschreven aan de Haarlemse doopsgezinde boekhandelaar Vincent Loosjes.

Dr. Anton van der Lem, conservator oude drukken van de Universiteitsbibliotheek van Leiden en kenner van de Opstand in de Nederlanden (1568-1648), had voor de gelegenheid een oranje stropdas om en sprak over de wijze waarop Willem van Oranje in de tweede helft van de 16e eeuw de  doperse zaak betrok bij zijn eigen strijd als voorvechter van vrijheid van godsdienst en geweten. Van der Lem schetste de context (erfenis van het debacle in Munster in 1534/1535), de invloed van Willems eigen Lutherse achtergrond en zijn principiële stellingname. Oranje wist de doopsgezinden aan zich te binden door hen bescherming aan te bieden in ruil voor financiële steun (een fraai stukje fondsenwerving!). Toch bleef het schipperen:  het request waarin vertegenwoordigers van de doopsgezinden op 24 september 1566 aan de Prins van Oranje verzochten om ook hen te betrekken bij het eerder gesloten godsdienst-akkoord van Antwerpen (1566) werd geen gevolg gegeven. De tekst van het request is online te vinden via een website van de Leidse Universiteit over de Nederlandse Opstand. De link staat onder dit verslag.

Tweede spreker was ds Alex Noord, predikant in Haarlem en rector van het Doopsgezind Seminarium. Hij doet onderzoek naar de appreciatie van het Huis van Oranje onder doopsgezinden en vertelde ons over de manier waarop doopsgezinden in de Franse tijd en in de eerste helft van de 19e eeuw invulling gaven aan de zogenaamde doopsgezinde Oranjemythe. Noord liet in zijn verhaal diverse doopsgezinde predikanten en schrijvers als representanten van die mythe de revue passeren: de Harlinger predikant Freerk Hoekstra (1760-1837) die van vurig patriot in 1795 in de twee volgende decennia volledig bijdraaide en eindigde als overtuigd Orangist. Doopsgezinde predikanten als Matthias van Geuns (1758-1839), Adriaan Loosjes (1761-1818), Marten Martens (1773-1852) en Nicolaas Messchaert (1774-1833) schreven vaderlandslievende liederen en redevoeringen en droegen zo bij aan de ontwikkeling van een nationaal gevoel in het jonge Koninkrijk der Nederlanden.

Coos Wentholt, kenner van de Doopsgezinde gemeente Den Haag en van de kerk aldaar, vertelde ons over de geschiedenis van de Doopsgezinde gemeente Den Haag en het (in 2002 drastisch verbouwde) kerkgebouw. Zij liet ons omhoog, opzij en achter ons kijken naar o.a. houten plafond, raampartijen en de tussenwand die in 2002 geplaatst is om de kerk beter te kunnen exploiteren. Zij liet oude foto’s zien van de kerk, in 1885/1886 gebouwd naar ontwerp van de uit de Zaanstreek afkomstige Klaas Stoffels. Dankzij haar archiefonderzoek en mededelingen van Jaap Zondervan (DG Middelburg), kon zij ons vertellen over andere ontwerpen van Stoffels, o.a. de doopsgezinde kerken in Middelburg en Vlissingen en de preekstoel in de doopsgezinde kerk in Haarlem.

Na de lunchpauze haastten we ons naar buiten en bezochten de Gotische Zaal  van Paleis Kneuterdijk (waar de Raad van State zetelt), gebouwd in 1840-1842 als expositiezaal voor de schilderijen van Willem II. We kregen uitleg van Coos Wentholt die voor ons deuren had weten te openen die anders gesloten blijven.

Daarna wandelden we in groepjes rond de Lange Voorhout, langs de Galerij van Willem V, het Groene Zoodje (waar het schavot van het Hof van Holland stond en waar in het rampjaar 1672 de gebroeders De Witt werden vermoord), Pulchri Studio (kunstenaarsvereniging waarin o.a. ook de doopsgezinde schilder Hendrik Mesdag en zijn vrouw Sientje van Houten zeer actief waren), het zogenaamde Russenhuis (Huize Lange Voorhout, in 1955 door prinses Wilhelmina ter beschikking gesteld aan Stichting Oecumenische Hulp, waar ook de doopsgezinde Stichting Bijzondere Noden in participeerde) en de Koninklijke Schouwburg (oorspronkelijk bedoeld als stadspaleis voor prins Karel Christiaan van Nassau Weilburg en zijn echtgenote, maar in 1804 in gebruik genomen als schouwburg).

Een andere groep bezocht museum De Mesdag Collectie, gevestigd in het oude woonhuis/atelier van de al eerder genoemde Hendrik Mesdag (1831-1915) en zijn vrouw Sientje Mesdag-van Houten (1834-1909).  We kregen uitleg van Jack Zuidema over Mesdag als kunstenaar, verzamelaar en entrepreneur: Mesdag verzamelde zelf kunst van tijdgenoten en had daartoe naast zijn woonhuis een ‘museum’ laten bouwen.  

Deze mooie herfstdag werd afgesloten met een kop thee met oranjekoekje in de koffiekamer van de Doopsgezinde kerk.

Verder lezen?
Vincent Loosjes, Een nieuw lied of een ORANJE SNUIFJE, Napoleon aangeboden door de Nederlandsche Maagd (Haarlem, 1814)
Anton van der Lem, De Opstand in de Nederlanden 1568-1648 : De Tachtigjarige Oorlog in woord en beeld (Uitgeverij Vantilt, Nijmegen, 2014)
www.dutchrevolt.leiden.edu
met daarop:
Request van de doopsgezinden te Antwerpen aan Willem van Oranje
Maite Van Dijk, Mayken Jonkman, Renske Suijver (red.), Hendrik Willem Mesdag, kunstenaar verzamelaar entrepreneur (Uitgeverij Thoth, Bussum, 2015)