Almelo, 8 oktober 2016
De Joffers Van Beckum
Najaarsbijeenkomst 2016


Zie hier de uitnodiging met toelichting op het programma van die dag
Hieronder het verslag
Tekst: Mechteld Gravendeel
Almelo DG Kerk ExtZaterdag 8 oktober 2016 was de Doopsgezinde Historische Kring te gast bij de Doopsgezinde Gemeente te Almelo. We werden met koffie en een royale portie Drentse krentenwegge ontvangen in de kerk aan de Grotestraat 57. Zestig leden meldden zich in dit charmante kerkje en genoten van de lezingen en van de middagexcursie. Truus Norder, voorzitter van de kerkenraad, heette ons welkom en zette een verjaardagslied in voor Bouke Wouda, die juist deze dag zijn geboortedag vierde. Daarna introduceerde Nelleke Kan, namens de DHK, sprekers en thema.
De dag stond geheel in het teken van de ‘joffers’ (freules) Maria en Ursula van Beckum, die op 13 november 1544 op het galgenveld bij Delden als doopsgezinde martelaressen op de brandstapel belandden.

Als eerste sprak journalist Henk Boom, die zich meer dan thuis voelde aangezien hij geboren en getogen is in Almelo (hoewel hij al 30 jaar in Spanje woont). Hij schreef al enkele boeken over historische onderwerpen waarbij hij een voorkeur heeft voor 16de eeuwse thema’s. Momenteel bereidt hij een boek voor over de joffers Van Beckum.
Van Beckum MartelaressenBoom nam ons mee op zijn zoektocht naar de waarheid achter het treurige verhaal van Maria van Beckum (geboren in 1504) en haar uit het Duitse Ost-Friesland afkomstige schoonzuster Ursula (geboren vóór 1520 als Ursula von Werdum).
Ursula trouwde in 1538 met Maria’s broer Johan/Jan van Beckum; het paar ging wonen in het Nijenhuis in Diepenheim; Maria woonde in het Morshuis in Delden.
De freules (de familie behoorde tot de lagere adel) werden verdacht van doperse sympathieën en om die reden in opdracht van de bisschop van Utrecht opgepakt en gevangen gezet, o.a. in het huis Twickel, waar de drost van Twente resideerde en rechtsprak. Omdat beide zusters standvastig bleven in hun geloof kwamen ze nooit meer op vrije voeten en werden ze uiteindelijk geëxecuteerd.

Omdat er weinig eigentijdse archiefstukken overgeleverd zijn is de ware toedracht van wat hen is overkomen niet geheel bekend. Het verhaal spreekt echter wel tot de verbeelding en is in meerdere varianten overgeleverd. In de 20e eeuw hebben diverse historici er onderzoek naar gedaan en er over gepubliceerd (o.a. J.J. van Deinse in 1914 en D. Jordaan in 1969). Ook werden hun lotgevallen verwerkt tot roman (o.a. door G.C. Hoogewerf in 1925 en D. Poort in 1969). Gegevens uit deze secundaire bronnen spreken elkaar echter op diverse punten tegen, maar Henk Boom verwacht dat hij met verder speurwerk in de archieven meer feiten boven water kan krijgen: we kijken uit naar het verschijnen van zijn boek!

Tweede spreker was Wim Kuiper, gepensioneerd leraar geschiedenis. Kuiper schreef een boekje over de doopsgezinden in Almelo en publiceerde over een aantal doopsgezinde onderwerpen. Vanaf de kansel hield hij een onderhoudend verhaal:Wim Kuiper Lezing DG Kerk Almelo
over de eerste dopersen in de streek (met sporen vanaf 1525 !), over het ontstaan van de Doopsgezinde gemeente in Almelo (ca. 1600), over bekende doopsgezinde families in Almelo (Ten Cate, Schimmelpenninck, Koster), over de welgesteldheid van de gemeente én over de bouw van de kerk in 1684 (achter een huis in de Grotestraat dat werd aangekocht in 1683).
Almelo DG Kerk Inschrift2




 

< Wim Kuiper houdt zijn lezing vanaf de kansel

De kerk werd vergroot in 1721 en in 1791 werd de huidige voorgevel geplaatst. Opmerkelijk is dat in 1948 iedere kerkstoel werd voorzien van elektrische verwarming (in de jaren ’70 weer verwijderd). In 1958 werd een pand achter de kerk aangekocht en in gebruik genomen als gemeentezaal (nieuwbouw in 1988). In 2007 werden de kerk en het orgel grondig gerestaureerd; het orgel kreeg toen weer de oorspronkelijke roodbruine kleur.

Na de lunchpauze vertrokken we met twee bussen om het spoor van de joffers van Beckum te volgen: het 'Jofferspad', onderdeel van het provinciale kunstproject 'Canonkunst' (gerealiseerd door 'Kunstenlab' uit Deventer). We kregen er in en buiten de bus alles over te horen van Nelleke Kan en van Bouke Wouda, oud-docent Nederlands en nauw betrokken bij de totstandkoming van het Jofferspad.
Bouke Wouda Vertelt Over Jofferspad Bouke Wouda vertelt

 

 

 

Aan het begin en aan het einde van het pad hangt in de bomen als monument voor de joffers het kunstwerk 'Freulespoor' van Theo van Delft.Freulespoor Kunstwerk 1E Deel Bij Het Morshuis

In Diepenheim bewandelden we het begin van het Jofferspad en bewonderden de boven het pad hangende doopschaal, vanwaaruit een 'voetspoor' loopt. Het symboliseert de levensweg van de freules Van Beckum die door dit gebied moeten hebben gewandeld. Het pad loopt over het terrein van het Morshuis, het geboortehuis van Maria van Beckum. De tegenwoordige boerderij is van veel later datum en wordt o.a. als bed & breakfast geëxploiteerd door Frida Hiddink. (foto: Tubantia 1-3-2016)Frida Hiddink
Het was mede dankzij Hiddinks medewerking en inzet dat het Jofferspad tot stand heeft kunnen komen.

 

Bij Delden bezochten we de plek waar vroeger het galgenveld was en waar de joffers de dood vonden. Hoog tussen de bomen loopt het 'voetspoor' een metalen kooi in én weer uit: de kooi en het spoor staan symbool voor de onderdrukkende macht die niet in staat bleek de overtuiging van de freules Van Beckum te breken.

Terug in de kerk werd de dag afgesloten met een kop thee en een dankwoord aan de gastvrije vrijwilligers van de Doopsgezinde gemeente Almelo die ons een goed verzorgde en gezellige dag hebben bezorgd.

Meer lezen:
Over de joffers Van Beckum: over Maria van Beckum & over Ursula van Beckum

Over het Jofferspad en het kunstwerk Freulespoor van Theo van Delft:

Over het Jofferspad Interview met Frida Hiddink en Harrie Alberts

Over geschiedenis, kerkgebouw en orgel van de Doopsgezinde Gemeente Almelo:

Over het kerkorgel van de Doopsgezinde Gemeente Almelo