Herman ten CATE HOEDEMAKER

Personalia

Geboren: 14 mei 1823

Overleden: 10 sept. 1901 te Rheden-de Steeg

Gehuwd met Geertruid ten Cate op 26 maart 1851. het echtpaar kreeg vijf kinderen.

 

Opleiding

Proponent: 1847

 

Ambtelijke loopbaan

Prop. in comm. Mensingeweer

Predikant te Mensingeweer 4 mrt. 1849 - 1850

        Noordbroek en Nieuw-Scheemda 20 juli 1850 – 7. nov. 1852

        Grouw 14 nov. 1852 – 19 okt. 1856

        Deventer 2 nov. 1856 – 17 mrt. 1889

 

Publicaties PiCarta tot 24 nov.  2010

Boeken

Open brief aan een vriend, naar aanleiding van hetgeen door den heer L. Mees, op woensdag den 12 februari j.l. gezegd werd, ter toelichting en verdediging van eenige stellingen / Deventer / 1879

Leerrede, uitgesproken 25 Febr. 1883, en eenige bijgevoegde ophelderende aantekeningen / Deventer / 1883 (SK 5710)

Een klimato-therapeutische verhandeling, in: G. Jonckbloet: Een winter te Davos / Amsterdam / 1890 (SK 9499)

 

Artikelen

Iets over den invloed, dien de overtuiging, dat de Heer alle eeden heeft verboden, moet uitoefenen / Doopsgezinde Lectuur / 1856

Een afgeluisterd gesprek, medegedeeld ter opening der jaarvergadering van den Ring Arnhem, gehouden te Arnhem in Juni 1878 / Doopsgezinde Bijdragen / 1879

 

Overige bijzonderheden

Op het Seminarium ontving Herman ten Cate Hoedemaker onderricht van de professoren Muller en Cnoop Koopmans. Menimaal gooide hij de pen op tafel omdat hij de hooggeleerde niet kon bijhouden. Zijn geest kon zich niet vinden in de leerstelling van de erfzonde. Met één van zijn tijdgenoten bleef hij nog een jaar langer student, hopende door meer kennis bevestigd te worden in zijn overtuigingen en beter toegerust te zijn voor zijn ambtswerk.

In Deventer, zijn laatste gemeente, bleef hij bijna 33 jaar.

 

Bron

M.E. I, p. 525-526

De Zondagsbode, 14(1901), 22 sept.