Egbertus Marius ten CATE

Personalia

Geboren: 26 december 1868 te Zwolle

Overleden: 21 december 1926 te Apeldoorn

 

Opleiding

Proponent: sept. 1893

 

Ambtelijke loopbaan

Predikant te Noordhorn 21 jan. 1894 – 29 nov. 1896

                    Monnikendam 6 dec. 1896 – 30 okt. 1904

        Amersfoort 30 nov. 1903 - 1923

In comb. met Apeldoorn 6 nov. 1904 - 1925

 

Publicaties PiCarta tot 11 februari 2009

Boeken

De Protestanten en wij Doopsgezinden / De Bussy / 1917

Ursprung, Entwickelung und Schicksale der altevangelischen Taufgesinnten oder Mennoniten in kurzen Zügen übersichtlich dargestellt Brons, A. / 3. Aufl. / Müller / 1912

Kunst inplaats van godsdienst? / Hollandia-drukkerij / 1908

De levensbiecht van een Godzoeker : bloemlezing uit de bekentenissen van Augustinus ; met inl., slotwoord en aanteekeningen voorz. door E.M. ten Cate , Augustinus / P.Dz. Veen / 1908

Een tijdperk van bloed en tranen : 1530-1559 /  s.n. / 1902

Een gemeenschappelijk beginsel en een gemeenschappelijke taak: Intreerede op 6 November uitgesproken in de gecombineerde godsdienstoefening van de Doopsgezinde Gemeente en van de afdeeling Apeldoorn van de Protestantenbond te Apeldoorn  / J.H. Stephens H.Jzn / 1904 (DDC)

Het ontstaan der doopsgezinden in Nederland / Geschriftjes ten behoeve van de doopsgezinden in de verstrooiing, nr. 14 / 1901 (DDC)

Een tijdperk van bloed en tranen. 1539-1559 : (De Doopsgezinden in Nederland tijdens Menno Simonsz) / Geschriftjes ten behoeve van de doopsgezinden in de verstrooiing, nr. 21 / z.j. (DDC)

 

Artikelen

Onderhandelingen, vanwege het hof te Brussel met de munstersche wederdoopers aangeknoopt / Doopsgezinde Bijdragen / 1899

Een oud lied over den strijd met de Wederdoopers te Munster / Doopsgezinde Bijdragen / 1903

De eerste Waterlandsche belijdenis / Doopsgezinde Bijdragen / 1904

Gemeente of oudsten souverein? / Doopsgezinde Bijdragen / 1906

Het palmhouten cadavertje te Apeldoorn / Doopsgezinde Bijdragen / 1908

Beredeneerd overzicht van nieuwere werken omtrent de Doopsgezinden / Doopsgezinde Bijdragen /  1911

Doopsgezinden te Amersfoort en Naschrift / Doopsgezinde Bijdragen / 1918

De Pelgrimvaders en hun afkomst / Vragen van den dag / 1920 (SK 3335)

Recensie van: Dr. G.A. van den Bergh van Eysinga: Indische invloeden op oude christelijke verhalen / Theologisch Tijdschrift / 1901 (SK 6908)

Drieërlei idealisme / Teekenen des Tijds IV / 1904 (SK 6993)

Overeenstemming tusschen vroomheid en wereldbeschouwing / Teekenen des Tijds IX / 1907 (SK 7074)

Van Augustinus en zijne mystiek / Teekenen des Tijds IX / 1907 (SK 7075)

Augustinus’ bekeering / Teylers Theologisch Tijdschrift /VII / 1909 (SK 7118)

Augustinus’ afdwalingen / Teylers Theologisch Tijdschrift VIII / 1910 (SK 7132)

Augustinus bekeerd / De Gids / 1910 (SK 7133)

De Parsifal-religie / Onze Eeuw / 1916 (SK 7248)

Bij het portret (Bernhard Brons) / Doopsgezind Jaarboekje / 1913 (SK 11080)

Een godsdienstig revolutionair uit de 16e eeuw / De Tijdspiegel / 1903 (DDC)

Doopsgezinden en Wederdoopers? De Hervorming / 1902 (DDC)

Doopsgezinden en Wederdoopers: Antwoord aan P.H. Veen / De Hervorming / 1902 (DDC)

De geschiedschrijver Cornelius en de waardeering van het anabaptisme / De Tijdspiegel / 1904 (DDC)

Recensie van Dr. phil. Karl Rembert: Die Wiedertaufer in Herzogthum Julich: Studien zur Geschichte der Reformation besonders am Niederrhein / Theologisch Tijdschrift / 1900 (DDC)

Vleugelen eener Duive: Preek naar aanleiding van Ps. 55.7 / Vrijzinnige Godsdienstprediking / 1924 (DDC)

Waartoe beoefening van ideële, vooral van theologische wetenschap? Een leekebeschrijving / Teekenen des Tijds / 1902 (DDC)

De paradijsvloek / Vragen van den dag / z.j. (DDC)

Martelaars en martelaarsboeken / Doopsgezind Jaarboekje / 1907

Twaalf artikelen in de Zondagsbode

 

Bijzonderheden

Naast zijn werk als predikant was ds Ten Cate tevens literator en historicus. In zijn jaren in Monnikendam heeft hij met succes nieuwe letteren gestudeerd en candidaats daarin gedaan. In zijn preken en in zijn talloze artikelen gaf hij blijk van zijn literaire aanleg. Een tijd lang beoefende hij ook de doopsgezinde geschiedenis.

 

Bron

M.E. I, p. 526

De Zondagsbode 9(1927), 2 januari