Assuerus DOYER

Personalia

Geboren: 13 dec. 1758 te Zwolle

Overleden: 21 maart 1838 te Zwolle

In 1787 was hij gehuwd met Catharina van Maurik, die hem elf kinderen schonk en in 1804 overleed. In 1805 hertrouwde hij met Magdalene Teune, die overleed in 1836.

Vader van Matthys Doyer (1790-1859), dg predikant te Den Hoorn en Abraham Doyer (1794-1851), dg predikant te Joure, Nijmegen en Amsterdam.

 

Opleiding

Proponent: 1787

 

Ambtelijke loopbaan

Predikant te Kleef 1787 - 1788

                    Krefeld 1788 - 1793

        Zwolle 1795 – 21 mrt. 1838

                   

Publicaties PiCarta tot 22 april 2009

Boeken

Joannes Chrysostomus, deszelfs leven, godsdienstige gevoelens, talenten en karakter, eenige zijner homilien, bloemlezing uit en aanmerkingen over zijne schriften / Bom / 1838

Aanspraak bij het doen van het jaarlijksch verslag des Nederlandschen Bijbelgenootschaps in de Zwolsche afdeeling  / H. As. zoon Doijer / 1826

Tweetal Leerredenen op het Eerste Eeuwgetijde van de Doopsgezinde Kweekschool en het derde Eeuwfeest (met J. Boeke) / z.p. / z.d

 

Artikelen

Verhandeling over den zelfmoord / Vaderlandsche Letteroefeningen XXXVII / 1827 (SK 6397)

 

Brieven

Den Haag/ Koninklijke Bibliotheek

Brief van de commissie ter verering van de nagedachtenis van Rhijnvis Feith (1753-1824), ingesteld door het Departement Zwolle van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen, geschreven aan Jeronimo de Vries Gzn. (1776-1853) ; Correspondentie van Jeronimo de Vries Gzn. (1776-1853) met verschillende personen / Zwolle / 1824

Brief van Assuerus Doyer (1758-1838), predikant, geschreven aan Jeronimo de Vries Gzn. (1776-1853) ; Correspondentie van Jeronimo de Vries Gzn. (1776-1853) met verschillende personen / Zwolle / 1823

 

Zie voor de overige geschriften de bijlage uit het Biographish Woordenboek, II, p. 576-578.

 

Overige bijzonderheden

Na zijn vijfjarige opleiding (1778-1783) aan het doopsgezind Seminarie te Amsterdam  bij prof. Oosterbaan, vervolgde ds. Doyer in 1783 zijn studie in Halle waar hij promoveerde tot doctor in de Letteren en Wijsbegeerte. Terug in Amsterdam studeerde hij bij prof. Hesselink en in 1787 werd hij proponent.

Vele jaren was Doyer vice-president van de curatoren der Doopsgezinde Kweekschool.

Op 75-jarige leeftijd meende hij zijn ambt in Zwolle te moeten neerleggen, maar de gemeente zorgde er voor dat hij in 1833 Lambertus ten Cate tot ambtgenoot kreeg, met wie hij verder samenwerkte tot 21 mrt. 1838, toen hij overleed.

Ds Doyer was iemand van gevestigde oud-liberale geloofsovertuiging en hield zich bezig met de bestudering van de bijbel, waardoor ook het bijbelonderzoek in zijn gemeente vrij algemeen werd. Hij behoorde tot de tegenstanders der nieuwe stroming onder de doopsgezinden, die sinds de oprichting van de A.D.S. en, uit vrees voor de opkomende moderne richting, zich wierp op het dopen bij overgangen om de gemeenten te consolideeren, die dreigden uiteen te vallen. Onder zijn leiding werd in de Zwolse gemeente bij de ‘kleinen bundel’ een eigen bundeltje van 33 gezangen verzameld.

 

 

Bron

M.E.II, p. 96-97

Biogr. Wbk. II, p. 576-578.