Twee wetenschappelijke congressen

maandag 31 december 1984 Twee wetenschappelijke congressen

In het jaar van het Xle Doopsgezind Wereldcongres te Straatsburg werden twee wetenschappelijke congressen georganiseerd. Wiebe Bergsma merkte er het volgende over op:

Van 18 tot 23 juli 1984 vond in Straatsburg een internationaal colloquium plaats over de geschiedenis van het Anabaptisme in de zestiende eeuw, georganiseerd door de Universiteit van Straatsburg, de Franse DHK (AFHAM) en het Doopsgezind Seminarie te Amsterdam.
Vele prominente geleerden die zich bewegen op het eilandje van de zogenaamde Radicale Reformatie hadden de gelegenheid te spreken over het onderwerp van hun wetenschappen en - in de wandelgangen - voornamelijk over de dragers ervan. Het colloquium had een open karakter, d.w.z. dat de sprekers binnen het aangegeven, ruime kader zelf hun onderwerp konden bepalen.
Een (te?) groot aantal lezingen viel te beluisteren, variërend van de laatste
woorden van Felix Manz tot het 'hemelse vlees' bij Menno Simons. Die  verscheidenheid qua niveau en qua onderwerpen is natuurlijk wel aardig, maar of het wetenschappelijk erg vruchtbaar is, is de vraag.

Het tweede congres was een colloquium over Schwenckfeld en de Schwenckfelders, dat van 17 tot 23 september 1984 te Pennsburg (Verenigde Staten) werd gehouden. Dit had een ander karakter. Het congres vormde een onderdeel van de herdenking van de komst in 1734 van de eerste Schwenckfelders in het paradijs der sekten, Pennsylvania, en van het in 1884 genomen besluit om het Corpus Schwenckfeldianorum uit te geven.
Enerzijds was het een wetenschappelijk congres gewijd aan de betekenis en invloed van Schwenckfeld. Grote geleerden als G.H. Williams, K. Deppermann,
G. Seebass en H. Weigelt verrijkten onze kennis.
Anderzijds was het congres ook bedoeld voor de gelovigen zelf. De bezielende leiding had Peter C. Erb, directeur van de Schwenckfelder Library te Pennsburg en hoogleraar aan de Wilfrid Laurier Universiteit te Waterloo, Ontario (Canada). Het geheel was zeer geslaagd, zoals blijkt uit de slotwoorden van Depperman: 'Wij kwamen als vrienden van Schwenckfeld, we gaan als vrienden van de Schwenckfelders naar huis'.
Tezijnertijd zullen de bundels met opstellen van beide congressen in druk verschijnen.
Wetenschappelijke bundels hebben vaak één ding met vele 16e-eeuwse
Dopers gemeen: een eschatologisch trekje.

[Wiebe Bergsma in: Doopsgezinde Bijdragen nieuwe reeks nummer 11 (1985) p. 216]