€ 100.000,- voor onderzoeksproject 'Amsterdamnified' naar connecties dopersen en vroege radicale verlichting

woensdag 1 april 2015 € 100.000,- voor onderzoeksproject 'Amsterdamnified' naar connecties dopersen en vroege radicale verlichting

Twee bekende Canadese historici, dr. Michael Driedger  (Brock University, St. Catharines, Ontario) en prof. dr. Gary K. Waite (University of Newe Brunswick, Fredericton, NB) hebben van de Canadese NWO, ‘The Social Sciences and Humanities Research Council of Canada’, een subsidie toegekend gekregen van 136.000 Canadese dollars (ruim € 100.000) voor het onderzoeksprogramma dat getiteld is: Amsterdamnified! Religious Dissenters, Anti-Providential Ideas and Urban Associationalism in the Emergence of the Early Enlightenment and the Low Countries, 1540-1700 (“VerAmsterdomd! Godsdienstige dissenters, het anti-voorzienigheidsdenken en het stedelijk genootschapswezen in de opkomst van de Vroege Verlichting in Engeland en de Lage Landen, 1540-1700”).
In 1641 klaagde een Engelse puritein erover dat zijn land ‘verAmsterdomd’ werd, toen leken met zelf aangemeten gezag godsdienstige kwesties gingen bespreken.  Het project wil nagaan hoe dit in Engeland in omvang toenemende publieke debat over religie en filosofie in sterke mate beïnvloed werd door de vele onrechtzinnige groeperingen die al decennialang hun gang konden gaan in Amsterdam en elders in de Republiek der Nederlanden. Uit de doeken zal worden gedaan hoe aan de vooravond van de Verlichting dat discours de bestaande geloofstradities zou irriteren, maar ook vernieuwen.  Dat betrof vooral de kritische benadering van de Bijbeluitleg en ‘het boek der natuur’. Deze kritische kwelgeesten zwengelden het interreligieuze debat aan, mede dankzij nieuw gecreëerde organisatievormen in het sociale verkeer. Onder aanvoering van gewone burgers waren hierbij bijvoorbeeld groeperingen betrokken als (deels naar Nederland uitgeweken)  Engelse baptisten, quakers, (Poolse) socinianen, spiritualisten van  het Huys der Liefde, remonstranten en doopsgezinden. In de Republiek zou men elkaar bij uitstek tegenkomen in de vrijspreekcolleges, de bijeenkomsten van de collegianten. Tegelijkertijd bestonden er ook verbindingen met de Joodse immigranten in de hoofdstad. Dit amalgaam van vrijgeesten stond  open voor vernieuwingen, vooral dankzij hun vaak spiritualistische kijk op het godsdienstige leven. Daarin oversteeg de persoonlijke inspiratie door de Heilige Geest het slaafs volgen van de letter van de Schrift. Zo zouden sommigen zelfs – tal van doopsgezinden met name – al vroeg het fysieke bestaan van de duivel ontkennen, wat typerend zou worden voor het Verlichtingsdenken.
Het is van groot belang greep te krijgen op het specifiek ‘verAmsterdomde’ vrijdenken. Dat zou bijvoorbeeld leiden tot de publicatie van de werken van Spinoza (1632-1677), waarin zijn rationele kritiek op het openbaringsgeloof gestalte had gekregen mede dankzij het unieke Amsterdamse klimaat van de godsdienstige verscheidenheid, haar interactie en debat. Zodra Spinoza in 1656 de Joodse gemeente moest verlaten, zocht hij steun bij collegiantische en doopsgezinde non-conformisten. Zij stimuleerden zijn opvattingen over tolerantie en individuele vrijheid.
Dankzij dit mentaliteits- en ideeënhistorische onderzoek langs sociale en culturele lijnen wil dit onderzoeksproject in kaart brengen hoe de onorthodoxe ideeën van Spinoza en andere Verlichtingsdenkers in wezen reeds aanwezig waren – de een meer, de ander minder - binnen al die radicaal religieuze kringen. Het is daarom nodig zowel de Nederlandse als de Engelse publicaties van de dissenters te analyseren. Ook moet in kaart worden gebracht hoe die drukwerken onderling samenhangen, welk publiek men bediende en van welke uitgeversnetwerken men gebruik maakte. Zo was bijvoorbeeld Spinoza’s geheime uitgever, Jan Rieuwertsz, een lidmaat van de doopsgezinde gemeente. Het onderzoek zal ‘en detail’ de veranderende receptie van al die dissidente geschriften in beeld brengen, en laten zien hoe gaandeweg  het oude wereldbeeld dat geïmpregneerd was met het voorzienigheidsdenken zou verschrompelen, mede dankzij een zucht naar religieuze aanpassingen die het experimenteren met nieuwe vormen van sociale en politieke organisatiestructuren zou stimuleren.
Aan dit voor de geschiedschrijving van de Nederlandse doopsgezinden zeer belangwekkende onderzoeksproject, dat vijf jaar in beslag zal nemen, zullen ook andere wetenschappers bijdragen leveren, zoals dr. Ruben Buys (Universiteit Utrecht), prof. dr. Mirjam van Veen (VU Amsterdam), dr. Hans de Waardt (VU Amsterdam) en prof. dr. David Wootton (University of York, GB).
Piet Visser schreef bovenad artikel voor de websi te www.dutchdissenters.net .
Zie voor meer informatie daar.